Definities

Wat is een buitenplaats of landgoed?

In Gelders Arcadië zijn meer dan honderd landgoederen en buitenplaatsen opgericht, waarvan een groot aantal nog (gedeeltelijk) bestaat. De begrippen landgoed en buitenplaats worden vaak door elkaar gebruikt. Er is een verschil.

Buitenplaats - voor vermaak, recreatie en het ontvluchten van de stad

Een buitenplaats is een van oorsprong tweede huis op het platteland (naast een huis in de stad), dat in eerste instantie geen permanente woonfunctie had en gebruikt werd voor vermaak, recreatie en het ontvluchten van de stad. Alhoewel sinds de zestiende eeuw buitenverblijven een bekend fenomeen zijn, is ‘buitenplaats’ een vroeg achttiende-eeuwse term.

In de Nederlandsche Spectator uit 1754 schreven ze: "Hoe was vroeger het buitenleven? Die wat hoger traden en meer uitblinken wilden, hadden een hofstede, dat is een heerenhuis nabij de woning van den boer, die ’t land in huur had en meteen op de boomgaard paste. Daar reed men met een grote speelwagen naar toe en daar was men ’s zomers in een heerenhuis deftig gelogeerd. Sedert vijftige jaren is die manier van leven zo veranderd, dat zelfs de naam niet alleen in ongebruik, maar als verachtelijk geworden is, en hij zoude voor zeer ouderwetsch en burgerlijk doorgaan die thans sprak van naar zijn hofstede te gaan, en aan zijn genoode gasten een gering denkbeeld daarvan te geven. Het moet nu een buitenplaats heten. Het land dat daar bij ligt, moet tot lanen, terrassen, sparrenbossen en wildbaan aangelegd worden; de roem moet alleen bestaan in hoeveel morgen zonder voordeel men beplant hebbe."

Landgoed - het nuttige domineert

Een landgoed is een aan elkaar grenzend land met landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden en met een economische functie, zoals landbouw, wonen, werken, of recreatie. Het wordt gekarakteriseerd door een samenhangend beheer van een combinatie van natuur-, bos-, landbouw-, water- en/of parkelementen, eventueel met gebouwen. Er bestaan ook landgoederen zonder bebouwing, zoals zogenaamde ontginningslandgoederen die als belegging dienden of landgoederen waarvan het hoofdgebouw in het verleden is verwijderd (door bijvoorbeeld sloop, brand of oorlog). Een buitenplaats kan zoals gezegd onderdeel vormen van een landgoed, andersom is niet mogelijk. Bij een landgoed domineert het nuttige, bij een buitenplaats het aangename.

Dat wil overigens niet zeggen dat alle landgoederen rendabel waren, daarvoor waren de meeste landgoederen simpelweg niet groot genoeg. Daarnaast was (en is) het grondkapitaal of de waarde van een landgoed niet gelijkblijvend. Een voorbeeld daarvan vormt het in de zeventiende eeuw ontstane landgoed Zypendaal (circa 135 hectare groot). Het landgoed gaf weliswaar inkomsten uit houtproductie en pacht, maar dit bracht niet genoeg op om in 1762-1764 een nieuw landhuis en nieuwe tuinen te creëren of zelfs te onderhouden. Daarom had de familie Brantsen ook andere bronnen van inkomsten, zoals landerijen elders (zelfs in Suriname) en beleggingen, en werd op strategische wijze gehuwd met rijke erfdochters.

Landgoederen ontstaan in de middeleeuwen, zoals Middachten en Rosendael, hadden een grotere omvang van 1000 hectare of meer, inclusief bouwlanden met pachtboerderijen, moestuinen en boomgaarden, heidegronden met schaapsdriften, uiterwaarden met weilanden, bossen voor houtproductie en de jacht. Het land was een belangrijke bron van inkomsten voor de adellijke eigenaren, maar ook bij Middachten en Rosendael werden grote projecten als de verbouwing of uitbreiding van het kasteel of architectonische toevoegingen in het esthetische landschap veelal bekostigd uit een breed scala van inkomstenbronnen.

 

Gebruikte bronnen:

E. Storms-Smeets (red.), Gelders Arcadië. Atlas van een buitenplaatsenlandschap (2011, Utrecht)

M. van Bleek, E. Storms-Smeets en E. van Winden, Kansen voor Gelders Arcadië (2011, Utrecht)

Gelders Genootschap en Poelmans Reesink Landschapsarchitecten, Gelders Arcadië. Karakteristieken en ambities. Arnhem, Renkum, Rheden, Rozendaal, Wageningen (2016, Arnhem)